<<<vorige
Index volgende>>>

De Camping



Op 
de camping
bestaan 
geen
dagen.
Alleen
ademhalingen
van
licht. 

In
dat licht
schuiven
mensen
als wolken
voorbij:
even
hebben ze
een vorm,
even een betekenis,
dan zijn
ze weer
opgelost. 

Je
ontmoet
een gezicht
dat lijkt
op
een herinnering.
Een stem
die uit
een
andere zomer
komt
in een
wereld
die
gekrompen is
tot een cirkel
van gras.

Alles
is
tijdelijk. 

Je klampt
je
vast
aan een glimlach,
een verhaal,
een gedeelde stilte,
alsof je
een touw
probeert
te grijpen
dat al
begint
te rafelen.

Afscheid
gebeurt
zonder drama:
een knik,
een hand,
een laatste blik
die
te lang
blijft hangen.
Alsof
je elkaar
achterlaat
in een droom
waaruit
je
net
ontwaakt.

Misschien
is dat
de waarheid
van
zulke
ontmoetingen.
Ze bestaan
precies
lang genoeg
om iets
in je los
te maken,
en
kort genoeg
om het niet
te kunnen
vasthouden.

Tijd wordt
elastiek:
uitrekken,
terugschieten,
verdwijnen.

Jou
achterlatend
met
dat vreemde
gevoel
dat
sommige mensen
pas
echt bestaan
op het moment
dat
ze
vertrokken zijn.