She ![]() De nacht ademt zwaar. Schaduwen kruipen als koude vingers langs de muren. Liefde ligt erin opgevouwen, scherp, schitterend, onbereikbaar. De maan hangt laag, maar weigert te dalen. Ze kijkt terug met een blik die alles weet en niets geeft. Een zilveren wond in de lucht. Ik loop door een landschap. Met bomen zonder wortels, straten zonder richting. Bloed van sterren druipt langs de randen van de nacht. Elke druppel fluistert haar naam, maar de echo sterft voordat hij wordt gehoord. Alles beweegt behalve zij. Haar aanwezigheid is een mes van licht. Pijnlijk mooi. Onmogelijk dichtbij. Ze snijdt stilte in vormen die ik niet kan vasthouden. Mijn hart klopt als een dier dat nergens heen kan. Het botst tegen ribben van glas. Elke slag is een herinnering aan wat nooit van mij zal zijn. De wereld kantelt. Tijd valt in scherven. In elke scherf zie ik haar. Vervormd, verlangd, verloren. Toch blijf ik lopen. Door een muur van mist. Door dromen die niet van mij zijn. Want zelfs onbereikbare liefde brandt helderder dan welke werkelijkheid ook. |