<<<vorige
Index

She





De nacht
ademt zwaar.
Schaduwen
kruipen
als
koude vingers
langs
de muren.

Liefde
ligt erin
opgevouwen,
scherp,
schitterend,
onbereikbaar.

De maan
hangt laag,
maar
weigert
te dalen.
Ze kijkt terug
met een blik
die alles weet
en niets geeft.
Een zilveren
wond
in de lucht.

Ik loop
door
een landschap.
Met
bomen zonder wortels,
straten zonder richting.
Bloed van sterren
druipt
langs
de randen
van de nacht.
Elke druppel fluistert
haar naam,
maar de echo sterft
voordat hij
wordt gehoord.
Alles beweegt
behalve zij.

Haar aanwezigheid
is een mes van licht.
Pijnlijk mooi.
Onmogelijk dichtbij.
Ze snijdt stilte
in vormen
die ik niet
kan vasthouden.

Mijn hart klopt
als een dier
dat nergens
heen kan.
Het botst
tegen
ribben van glas.
Elke slag
is
een herinnering
aan wat
nooit
van mij
zal zijn.

De wereld kantelt.
Tijd valt in scherven.
In elke scherf
zie ik haar.
Vervormd,
verlangd,
verloren.

Toch
blijf ik lopen.
Door een
muur
van mist.
Door dromen
die niet
van mij zijn.

Want
zelfs
onbereikbare
liefde
brandt
helderder
dan
welke
werkelijkheid ook.