<<<vorige
Index

Farewell



Het leven
huilt.
Dikke druppels
tijd
glijden
langs
mijn wangen.

Ik proef
seconden
die
bitter
smaken.

De vloer golft.
Het ademt
onder mijn
voeten.

Alsof het
mij
wil
meenemen
naar een plek
zonder richting.

Mijn schaduw
loopt weg.
Ze kijkt niet om.
Ze lijkt haast te hebben.

Mijn gedachten
slaan op hol.
Ze rennen rond,
botsen tegen elkaar,
laten sporen achter
in mijn hele lijf.

Het einde
verschijnt
als
een figuur
zonder vorm.

Het knippert.
In en uit.
Alsof
het zelf
niet zeker weet
of het er is.

Ik hoor
stemmen
die
geen taal
spreken.

Ze klinken
als
glas
dat smelt.

Als
licht
dat probeert
te zingen.

De horizon
krult op.
Het rolt
zich op
als
een oude foto.

Daarachter is niets, 
niets dat beweegt.

Ik voel
mezelf 
oplossen.

Alsof ik
een ijsklontje
ben
in een
kosmische mond.

Mijn hart
gaat
tekeer.

Het bonst
wanhopig.

Tot
het een
andere richting
opslaat.

Alsof
het een uitgang
zoekt.

De wereld
wordt vloeibaar.
Ik drijf door kamers
die ik nooit heb gezien.
Ze lijken op
herinneringen
die niet van mij zijn.

En dan, heel even,
valt alles samen
in
één flitsend moment:
kleur,
geluid,
ik,
niet‑ik,
einde,
begin.

Daarna
is er alleen
nog
een zachte echo.

Een trilling zonder bron.

Een laatste gedachte
die
 fluistert:

Zo voelt het
wanneer
de werkelijkheid
je loslaat.